Met de gaten in mijn sneakers ging ik vreselijk tekeer. Rennen kon ik. Uitwijken en manoeuvreren was een ander ding. Het speelplein was omheind door een op- en aflopend uiteinde. Daar stonden bankjes van oude spoorbielzen. De geur van creosootolie rook je op warme middagen indringend. Ze gaven ook niet mee die bielzen. Dat mijn tanden nog in mijn bek stonden was een wonder van God, Allah en de gehele Trimurti. De Hoeksteen was een openbare school. Ik kwam als driejarige jongen uit Mannheim-Neckerau in Duitsland. Mijn moeder was niet christelijk genoeg zei meester Kistjes op de Ark. Dus openbare basisschool de Hoeksteen in de Coevering was een feit. En mijn moeder keerde voor de vijfde keer in haar leven haar rug richting het geloof.